Rouw is liefde die haar adres is kwijtgeraakt

NADIA – Lezing bij de opening van de expositie Parels van verdriet

door ds. Jean-Jacques Suurmond
zaterdag 29 december 2012

Vermoorde onschuld, wat doet dat met je?

We leven op de grens van het oude en het nieuwe jaar, op het scherp van de snede waarop de kerk de besnijdenis van Jezus viert. Met die scherpte komt ook Nadia van de Ven op ons af, alweer tien jaar geleden in Utrecht gedood maar vanmiddag toch heel aanwezig.

Wat is rouw? Rouw is liefde die haar adres is kwijtgeraakt. Rouw is liefde die lijdt en blijft zoeken. Nadia’s inmiddels overleden vader William drukte tastend zijn rouw in schilderijen uit, haar moeder Minke in beelden en haar zus Lucinda in gedichten. Want kunst, zegt de dichter W.H. Auden, is ‘brood breken met de doden’. In kunst kunnen we onze gevoelens voor een overledene uiten op een manier waar gewone woorden niet bij kunnen. Zodat je toch nog, ergens, iets van contact ervaart.

Want het gat dat Nadia heeft achtergelaten kan nooit meer opgevuld worden maar blijft toch op een vreemde, intense manier naar haar verwijzen. ‘Ik ben me nu ergens meer bewust van haar dan toen ze nog leefde’, zegt haar zuster. Alsof Nadia van dat studentenhuis in Utrecht definitief verhuisd is naar het hart van haar nabestaanden – dichterbij dan ooit. Dat is voortaan het adres waar de rouw haar kan vinden en misschien eens tot rust komt.

Kunst is brood breken met de doden, zegt Auden die vervolgt: ‘en zonder band met de doden is een volledig menselijk leven onmogelijk’. Vergeten we de doden, dan sterft er iets in onszelf: het besef van onze liefde voor hen, spijt om wat we hadden willen zeggen of doen maar niet gedaan hebben, woede over onrecht, dankbaarheid voor wat zij voor ons hebben betekend – en ook: besef van onze eigen vergankelijkheid, want ook ons leven gaat, als het oude jaar, een keer voorbij. De doden gedenken is typisch menselijk, iets wat dieren niet doen. Deze middag waar we ons, ieder op eigen wijze, Nadia herinneren kan ons een beetje menselijker maken.

Zo inspireerde haar gedachtenis al tot een strijd om gerechtigheid, tot een meer ‘volledig menselijk leven’ voor iedereen. De rechercheurs die de dader na maanden op het spoor kwamen, hadden een foto van haar op hun kantoor gehangen: ‘voor haar doen we het’. Zij bezielde hen om nog betere rechercheurs te worden. En door de taaie inzet van moeder Minke is er nieuwe jurisprudentie gekomen, zodat slachtoffers smartengeld voor immateriële schade kunnen krijgen.

Er is één persoon die hier vanmiddag nog veel meer afwezig is dan Nadia. Dat is de moordenaar, Pascal F. Hij is berecht maar heeft zijn daad nooit bekend. Dan ontken je de band met degene die je gedood hebt en kun je, in de woorden van Auden, geen volledig mens zijn. Al mag je dan ademen en praten, werken en slapen – aan beide kanten van het Uzi-pistool is een dode: de een letterlijk dood, de ander levend dood.

Tussen een moord begaan en daarvoor verantwoordelijkheid nemen zit een gat waarover je een sprong moet maken. Die sprong houdt het gedenken van Nadia in: hoe jong en levenslustig ze is, hoe vol plannen voor de toekomst, hoe groot haar gevoel voor rechtvaardigheid, hoe ze daar ligt in een plas bloed. Die sprong houdt ook in dat je als aanvaller jezelf daar ziet staan, met in je hand het pistool dat als een perverse pen de droom van haar leven omgekeerd schrijft: ‘moord’. Gedenken is het verleden naar het hier en nu halen – zodat je er alsnog anders op kunt reageren door je verantwoordelijkheid te nemen.

Dat houdt berouw en een bekentenis in – als de scherpe pijn van Jezus’ besnijdenis, waardoor ook een moordenaar tot leven kan komen als zoon van de belofte, en volledig mens wordt.

Dan wordt het echt een nieuw jaar.