Biografie Lucinda van de Ven

Lucinda van de Ven

Lucinda werd op 18 april 1979 geboren: als tweede en jongste dochter van Minke en William van de Ven. Samen met haar zus Nadia (2 januari 1977) groeide zij op in Amsterdam. Het was een onbekommerde tijd. Hoewel het gezin weinig geld had, merkten zij en haar zus daarvan weinig. Er werd van hen gehouden; er werd gelachen, gezongen en gedanst. Hun huis was letterlijk een speelparadijs; vriendjes en vriendinnetjes kwamen graag bij de zusjes over de vloer. Niemand had kunnen vermoeden dat alles later zó totaal anders zou worden…

Toen Lucinda acht jaar oud was, verhuisde het gezin Van de Ven naar Koog aan de Zaan. Daar werden Nadia en Lucinda zich voor het eerst ervan bewust dat hun vader William anders was dan de meeste vaders: hij werkte niet, maar was huisman. In Amsterdam keek niemand daarvan op, maar in een dorp werd dat vreemd gevonden.

Naarmate Nadia en Lucinda ouder werden, kostte het hun vader hoe langer hoe meer moeite om het huishouden draaiende te houden. Nadia nam steeds meer huishoudelijke taken op zich en ging Lucinda ‘bemoederen’, omdat moeder Minke als arts voor natuurgeneeskunde vaak lange dagen maakte. Dat bemoederen van Nadia leidde geregeld tot de nodige irritaties tussen de zussen.

In het zestiende levensjaar van Lucinda vertrok haar vader noodgedwongen uit huis; hij ging begeleid wonen in een centrum voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Voor hem, zijn vrouw en dochters was deze situatie moeilijk te hanteren. Het bracht verwijdering tussen de zussen: Nadia wilde er niet over praten, Lucinda juist wel. Toch bleef Nadia degene die Lucinda altijd met goede raad terzijde stond. Toen zij op kamers ging, werd het opeens wel erg leeg en stil in huis…

Op haar twintigste ging Lucinda geneeskunde studeren, net als haar moeder, aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Een jaar later ging ook zij op kamers wonen. Ze genoot van haar vrijheid en het studentenleven, het uitgaan. Tot op 1 oktober 2002 alles op slag veranderde… de dag dat haar zus werd vermoord. Nadia werd doodgeschoten. Die daad zou voorgoed haar leven opdelen in een periode vóór en een periode na de moord.

Het duurde daarna lang, voordat Lucinda de draad van haar leven weer durfde op te pakken. Ze was nog maar net voorzichtig weer begonnen aan haar studie, toen haar vader ongeneeslijk ziek bleek te zijn. Precies een jaar en zes weken na Nadia’s dood werd ook hij begraven. Opnieuw werd Lucinda in het diepe ravijn gegooid dat rouw heet, al was er dit keer tijd geweest om afscheid te nemen van elkaar.

Lucinda voelde zich wanhopig en verslagen. Die verslagenheid tekende zij op in gedichten. Als vijftienjarig, gevoelig kind was zij al begonnen met het schrijven van gedichten: meestal over onbeantwoorde verliefdheden, maar ze schreef ook gedichten over een verbroken vriendschap met een dierbare vriendin. Na de dood van haar zus werden de gedichten een uitlaatklep voor alle gevoelens van wanhoop, verdriet en gemis.

Daarnaast nam zij, samen met moeder Minke, in november 2005 deel aan een beeldhouwworkshop rond het thema ‘rouw’. Daar maakte Lucinda haar eerste en enige beeld. Ze gaf het de titel “uitgestrekte handen”: de leegte in de handen verwoordt de leegte en het gemis in haar hart en ziel, de diepe wonden die de gruwelijke moord op haar zus in haar leven heeft geslagen. Haar verdriet een plek geven lukte haar nog niet: de vele processen tegen de dader stelden het rouwproces keer op keer uit.

Ondanks alle moeilijke momenten bleef Lucinda vechten om een normaal leven te kunnen leiden. Vaak met de moed der wanhoop, soms tegen beter weten in, zette zij door. Op 10 juli 2009 studeerde zij af als arts. Een dag van grote blijdschap en tegelijkertijd diep verdriet: haar zus en haar vader konden niet delen in de vreugde.

Heel langzaam leerde Lucinda zich weer open te stellen voor het leven. In 2006 ontmoette zij Peter, met wie ze tot op heden gelukkig samenwoont in Hoofddorp. Peter begrijpt haar en respecteert haar verdriet. En hij was er voor haar, toen zij in juni 2012 een burnout kreeg.

Tijdens de maanden dat Lucinda vanwege deze burnout ziek thuis zat, begon zij stapje voor stapje alsnog de dood van haar zus en vader te verwerken. Ze besloot haar gedichten uit te geven, 10 jaar na de dood van Nadia en 9 jaar na de dood van haar vader.

Haar gedichtenbundel, “Parels van verdriet”, verscheen op 29 december 2012, tijdens de gelijknamige expositie “Parels van verdriet” die in het Weefhuis in Zaandijk werd gehouden. Daar toonden Minke en Lucinda voor het eerst aan het publiek de schilderijen en beelden van Lucinda’s overleden vader William, de beeldhouwwerken van moeder Minke en de gedichten van Lucinda. De reacties waren zo positief, dat het niet bij deze ene expositie is gebleven. Van 10 augustus t/m 6 oktober 2013 is de expositie ‘Parels van verdriet ‘ opnieuw te zien: in het museum van kunstenaar Nic Jonk.

Met haar gedichtenbundel wil Lucinda niet alleen eer betonen aan haar overleden vader en zus, maar ook andere nabestaanden als zijzelf steunen. Lucinda is in voorgaande jaren tegen veel onbegrip aangelopen, evenals haar moeder Minke, en weet zodoende als geen ander hoe eenzaam een rouwproces kan zijn. Zij hoopt dat haar gedichten eraan kunnen bijdragen dat andere mensen in rouw meer begrip en respect zullen ontvangen van hun medemensen.

Lucinda’s eigen leven heeft, dankzij het uitgeven van haar gedichtenbundel, een keerpunt bereikt: als een vlinder heeft ze zich mogen bevrijden uit de cocon van verdriet waarin zij tot die tijd gevangen zat…